Ten onrechte veroordeelde bahá'ís hielpen kansarme jongeren
10 februari 2008
TEN ONRECHTE VEROORDEELDE BAHAIS HIELPEN KANSARME JONGEREN
De 53 bahá'ís in Iran, die onlangs tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld, hielden zich niet bezig met propaganda tegen het regime. Zij zijn twee jaar geleden ten onrechte daarvoor gearresteerd en eveneens onterecht veroordeeld het afgelopen jaar. Dat heeft de vertegenwoordigende organisatie van het Bahá'í-geloof, de Bahá'í International Community, deze week in een verklaring bekend gemaakt.
De groep bahá'ís in Shiraz werd in mei 2006 gearresteerd en was bezig met een humanitair project om kansarme jongeren te helpen. Deze projecten waren gemeld aan de Islamitische Raad van Shiraz en in een brief van de Culturele Commissie goedgekeurd. Nadrukkelijk ging het niet om verspreiding van het Bahá'í-geloof, maar de groep werd daar na arrestatie wel van beschuldigd. In november zijn drie van de 53 beschuldigden opnieuw gearresteerd en gevangen gezet. Zij kregen straffen van vier jaar opgelegd. De anderen zijn voorwaardelijk tot een jaar cel veroordeeld.
Tegenover Agence France Presse bevestigde een Iraanse woordvoerder, Ali Reza Jamshidi, onlangs dat drie van de 53 gearresteerden in Shiraz tot gevangenisstraffen van vier jaar waren veroordeeld. Voor de overige 51 gold een voorwaardelijke straf van een jaar, op voorwaarde dat zij heropvoedingcursussen gaan volgen die worden gegeven door de staat.
De Nederlandse Bahá'í-gemeenschap heeft onlangs in een brief aan het ministerie van Buitenlandse Zaken haar bezorgdheid uitgesproken over de gebeurtenissen in Iran. Eerder deed het Amerikaanse State Department al een oproep aan de Iraanse autoriteiten om de drie gevangen bahais vrij te laten. Ook Amnesty International heeft de internationale gemeenschap opgeroepen tot actie om de bahais vrij te krijgen.
Deze week gaf ook de Europese Unie een verklaring uit, waarin grote bezorgdheid werd uitgesproken over de situatie van de bahais in Iran. Gewezen werd op de discriminatie en bedreigingen van bahais, op de verwijdering van bahai-studenten van universiteiten, op beperkingen voor bahais om werk te vinden en op anti-bahai propaganda in de media. De Europese Unie sprak zich in de verklaring uit tegen alle vormen van discriminatie en riep de Iraanse autoriteiten op om de gevangen gezette bahais vrij te laten en de vervolging van bahais stop te zetten.
Recent is er een nieuwe dreiging ontstaan, omdat er een wetsvoorstel aan het Iraanse parlement is gestuurd met bepalingen, die geheel indruisen tegen ook door Iran internationaal overeengekomen mensenrechten. Onder meer wordt voorgesteld de doodstraf in te stellen voor afvalligheid van de islam. Ook bahais worden door de Iraanse overheid beschouwd als afvalligen van de islam en zouden op basis van de voorgestelde wetgeving gearresteerd en veroordeeld kunnen worden tot de doodstraf, omdat strafvermindering niet van toepassing is.



