Nationaal coördinerende groep van bahá'ís in Iran opgepakt
Nationaal coördinerende groep van bahá'ís in Iran opgepakt
Amsterdam, 20 mei 2008
Zes vooraanstaande leden van de bahá'í-gemeenschap in Iran zijn op 14 mei gearresteerd en door de Iraanse autoriteiten overgebracht naar de Evin-gevangenis in Teheran. Ambtenaren van het ministerie van Inlichtingen vielen de woningen van zes van de zeven bahá'ís binnen in de vroege ochtend van 14 mei 2008. Na uitgebreide huiszoekingen werden alle zes gearresteerd. Zij behoren tot een groep die zich ‘de vrienden in Iran’ noemt en die de activiteiten van de bahá'í-gemeenschap in Iran coördineert. Zij doen dit omdat er geen officieel bahá'í-bestuur wordt toegestaan. In Iran is het Bahá'í-geloof verboden. In maart werd al een zevende lid van de groep na ondervraging vastgehouden.
De internationale bahá'í-gemeenschap heeft geschokt gereageerd op de arrestaties. De acties van de Iraanse autoriteiten lijken namelijk te passen in het beleid om de bahá'ís te elimineren. Al sinds de oprichting van de Islamitische Republiek in Iran zijn de bahá'ís slachtoffers van vervolging en onderdrukking. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig leidde dat tot honderden executies.
De nieuwste arrestaties herinneren de bahá'ís aan de ontvoering van alle negen leden van de destijds nog bestaande Nationale Geestelijke Raad van Iran op 21 augustus 1980. Zij verdwenen voorgoed. Vervolgens werd kort daarna de opnieuw samengestelde Nationale Raad wederom vernietigd door de executie van acht van zijn leden op 27 december 1981. Na druk van regeringen wereldwijd stopten de terechtstellingen. De jacht op de bahá'ís hield evenwel niet op en is het afgelopen jaar nog heviger geworden.
De thans gearresteerd groep bestaat uit mevrouw Fariba Kamalabadi, de heer Jamaloddin Khanjani, de heer Afif Naeimi, de heer Saeid Rezaie, de heer Behrouz Tavakkoli en de heer Vahid Tizfahm. Eerder verloor mevrouw Mahvash Sabet haar vrijheid. Zij werd op 5 maart 2008 door het ministerie van Inlichtingen opgeroepen om naar Mashhad te komen onder het voorwendsel dat zij enkele vragen moest beantwoorden die verband hielden met een begrafenis op de bahá'í begraafplaats aldaar. In tegenstelling tot recente aanwijzingen dat mevrouw Sabet op korte termijn zou worden vrijgelaten, geven de gebeurtenissen van afgelopen woensdag aan dat de regering vast besloten is de bahá'í gemeenschap in het land van haar ontstaan te vernietigen.
De bahá'í wereldgemeenschap is uiterst verontrust en heeft internationaal gevraagd om krachtige maatregelen en protest tegen deze actie van de Iraanse autoriteiten. De geweldloze bahá'í-gemeenschap van Iran – de grootste religieuze minderheid van het land – is door deze ontwikkelingen nog kwetsbaarder geworden.
De Nederlandse bahá'ís hebben het ministerie van Buitenlandse Zaken direct op de hoogte gesteld van deze gebeurtenissen.



